Epitheelweefsel
Karakteristieken:
- bekleding van binnen en van buiten
- dicht aaneengesloten, géén tussenstof
- geen bloedvaten
Functies:
- bekleding en bedekking
- opname en uitscheiding
- prikkelopname
- contractie
Oorsprong:
- endo-, ecto- of mesodermaal
Vormen/soorten:
- van éénlagig tot meerlagig epitheel
- KLIEREPITHEEL
Klierweefsel
Functie:
- afgifte van producten aan:
- bloed: endocriene klieren
- buitenwereld: exocriene klieren
Secretiewijze:
- eccrien:
- door membraan heen via diffusie (bv steroïden, zweet)
- via exocytose (blaasjes:veruit het frequenste)
- apocrien (stuk cel words afgesnoerd)(bv melkklier)
- holocrien (hele cel gaat ten gronde)(bv talgklier)
Exocytose product:
- eiwit (sereus)
- slijm/koolhydraten (muceus)
Opbouw exocriene klieren:
- ééncellig
- samengesteld/meercellig (o.a. tubulair, alveolair, tubulo-alveolair)